Mijn AfvalAlles over afvalstort plekken

Recycling van papier

Papier wordt gemaakt van plantaardig materiaal, zoals hout, bamboe, riet of katoen. Door deze materialen te vermalen en op te lossen in water ontstaat een soort dikke pap, die bestaat uit water en vezels (bijvoorbeeld houtvezels).
Door het water steeds meer uit deze pap te persen, blijven de vezels over. Doordat deze vezels ruw zijn, blijven ze aan elkaar zitten. Als alle water er uit is geperst vormen alle aan elkaar gehechte vezels een droog vel papier. Er hoeft dus niet perse een lijmstof aan te pas te komen om de vezels aan elkaar te hechten.

Als je van oud papier met water ook weer een dikke pap maakt, kun je er gewoon weer papier van maken.

Hergebruik van papier en karton beperkt de hoeveelheid restafval, zorgt voor een afname van de bomenkap en bespaart veel water en energie die bij de productie nodig zijn. Papier en karton kan ongeveer 6 tot 7 keer opnieuw worden gebruikt, hierna wordt de vezel te kort.

In Nederland wordt oud papier, na ophalen naar een papierhandel gebracht, deze sorteert het oud papier en levert het aan bij de papier- of kartonfabriek. Dit sorteren is nodig omdat voor het maken van verschillende soorten nieuw papier, verschillende soorten oud papier nodig zijn. Van een oude krant kan je bijvoorbeeld geen wit printpapier meer maken.

In de papierfabriek wordt het oude papier in grote kuipen tot pulp vervezeld en gemengd met water en chemicaliën. Alles wat niet in het papier thuishoort (zoals nietjes en plastic) wordt verwijderd. Door middel van flotatie (opstijgende luchtbelletjes die de inktresten aan de oppervlakte brengen) wordt de inkt van de vezels gescheiden. Vroeger werd de pulp vervolgens gebleekt met chloor, dit is echter niet goed voor het milieu. Tegenwoordig worden milieuvriendelijker alternatieven gebruik zoals zuurstof, waterstofperoxide of ozon.

De pulp wordt vervolgens ingedikt en geperst en er worden hulpstoffen en vulstoffen aan de massa toegevoegd zoals klei en hars. Hierdoor wordt het papier en karton minder transparant en sterker. Hierna wordt de pulp gelijkmatig op een snel rondlopende zeefdoek gespoten. Het mengsel bestaat dan nog steeds voor 99% uit water en 1% pulp en hulpstoffen. Door de zwaartekracht en een vacuüm wordt een deel van het water via de zeef verwijderd en blijven de vezels op het doek liggen. Het papier bevat op dat moment nog steeds 85% water.

Door middel van een aantal persen en walsen wordt nog meer water uit het papier verwijderd. Met nog de helft aan water over, gaat het papierblad de droogpartij in. Hier wordt de rest van het water verwijderd doormiddel van verhitting. Eventueel kan daarna nog een strijklaag worden toegevoegd of het papier glad worden gemaakt. Dit zorgt ervoor dat het papier beter bedrukt kan worden.

Ga terug